Tot 40% extra korting op winters assortiment!
Posts tonen met het label Aulus Gellius. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Aulus Gellius. Alle posts tonen

maandag 10 december 2012

Waar de jonge Caesar zijn teennagels begroef

Julius Caesar (100 - 42 v.Chr.) was één van de bekendste figuren uit de wereldgeschiedenis door wat hij in de politieke arena en oorlogsvoering heeft laten zien. Dit had echter net zo goed anders kunnen zijn, want het begin van de politieke carrière van Caesar was een priesterschap, de Flamen Dialis. Dit priesterschap rondom de god Jupiter. Hoewel deze positie bijzonder veel aanzien genoot, was het voor een Flamen Dialis  parktisch bezwaarlijk ooit het ambt van consul te bekleden en daar ging het de Romeinen uiteindelijk om.

De Flamen Dialis had wel meer beperkingen. De Romeinse taalgeleerde Aulus Gellius (130 - na 180 n.Chr.) somt er hier een aantal van op (Attische Nachten X.15:3-25):
Het is onwettig voor de priester van Jupiter om een paard te berijden; het is ook onwettig voor hem om de legers buiten de stadsgrenzen, dat is in gevechtsformatie, te zien; [...] Alleen een vrije man [dus geen slaaf of vrouw] mag de haren van de Dialis knippen. Het is niet gebruikelijk voor de Dialis om een vrouwelijke geit, rauw vlees, een klimop or bonen aan te raken ofz zelfs te noemen.De priester van Jupiter mag niet onder een gewelf van wijnstokken door lopen. De poten van de bank waarop hij slaapt moeten ingesmeerd worden met een dikke laag klei en hij mag niet drie nachten achter elkaar ergens anders dan in zijn bed slapen en niemand anders mag in zijn bed slapen. Aan het voeteneinde van zijn bed moet een doos met offerkoeken staan. De afgeknipte nagels en haren van de Dialis moeten begraven worden onder een vruchtenboom. Elke dag is een heilige dag voor de Dialis. Hij mag niet in de buitenlucht lopen zonder zijn muts [...]
De priester van Jupiter mag geen brood dat gist bevat aanraken. Hij zal zijn ondergoed niet uittrekken, behalve onder een dak, als ware hij onder de ogen van Jupiter. [...] Als de Dialis zijn vrouw verliest, legt hij zijn functie neer. [...] Hij betreedt nooit een begraafplaats, hij raakt nooit een dood lichaam aan; maar hij is niet verboden aanwezig te zijn bij een begrafenis.
Caesar moet toch blij geweest zijn dat deze prachtige baan hem afgepakt werd, waardoor hij er niet zijn hele leven aan vast zat.

Boekentip voor vandaag: Aulus Gellius, The Attic Nights

donderdag 16 augustus 2012

Geen burgers slaan!

In de Romeinse tijd was het voor iemand van groot belang of hij Romeins burgerrecht had. Romeins burgerrecht opende de deuren voor een carrière in politiek en in de legioenen. Wie wat voorstelde, had drie namen, dus was Romeins burger. Als Romeins burger was je verder verzekerd van een zekere rechtszekerheid. Hoewel wreed gedrag niet als ideaal werd beschouwd door de Romeinen, had een burger een streepje voor.

Dit betekent overigens niet dat je als Romeins burger gevrijwaard was van mishandeling of wangedrag door de autoriteiten. De Romeinse politicus Gaius Cornelius Verres (120 - 43 v.Chr.) is bekend geworden omdat Marcus Tullius Cicero (106 - 43 v.Chr.) zo naar hem uithaalt in een juridische tekst. Verres zou de bevolking van Romeins Sicilië hebben uitgeknepen en mishandeld. Deze tekst kwam in handen van de Romeinse schrijver en tekstcriticus Aulus Gellius (130 - na 180 n.Chr.) en hij geeft Cicero een compliment over een stuk uit deze tekst over Verres (Attische Nachten X.3.12)
Maar Marcus Cicero, knap uiting gevend aan het idee van voortgaande actie, zegt niet "hij werd geslagen," maar "een burger van Rome werd met stokken geslagen midden op het forum in Messana, waar ondertussen geen kreun, geen geluid gehoord werd van die arme man temidden van zijn marteling en de weerklinkende slagen, behalve deze woorden: 'ik ben een Romeins burger.' Door op deze manier zijn burgerschap in herinnering te roepen, hoopte hij al hun woorden af te wenden en zijn lichaam te bevrijden van marteling."
Deze tekst is interessant omdat het een veelzijdige boodschap geeft. Ten eerste geeft het aan dat "ik ben een Romeins burger," kennelijk een reden is om niet mishandeld te worden, ten tweede geeft het aan dat Verres kennelijk de gelegenheid had om dat links te laten liggen en ten derde dat dit reden is om Verres te verachten. Een klein stukje tekst dat veel zegt over de rechtspositie van Romeinse burgers.