In de vroege Middeleeuwen werden grote delen van Europa door rondtrekkende missionarissen gekerstend (christelijk gemaakt). Een beproefde methode daarvoor was om iets te doen wat de goden nooit zouden accepteren en dan vervolgens niet bestraft te worden. Een bekend voorbeeld hiervan is Bonifatius (7e en 8e eeuw n.Chr.) die een heilige en aan de god Donar gewijde eik zou hebben omgehakt en op die manier veel volgelingen zou hebben vergaard toen Donar niet ingreep.
Dergelijk gedrag was echter doorgaans gewoon not done in de Oudheid. Er is een inscriptie bewaard gebleven van een wet die dit duidelijk strafbaar stelde en mensen wilde motiveren brekers van deze wet aan te geven bij het tempelpersoneel in het Zuiden van Griekenland (Inscriptiones Graecae V,1 1390):
Wat betreft het hakken van hout in het Heiligdom: niemand mag hout van deze heilige plaats hakken en als iemand erop betrapt wordt, moet hij, als hij slaaf is, gegeseld worden door de heilige mannen en als hij een vrijgeborene is, dan moet hij een boete betalen waarvan de hoogte door de heilige mannen wordt bepaald. Degene die wetbrekers betrapt, moet hen naar de heilige mannen brengen en zal de helft van de boete ontvangen.
Lijkt me een effectieve wet, maar de vraag is: wat krijg je als je een slaaf betrapt?
Op een binnenplaats van de villa van zijn vrouw Livia stond een standbeeld van ruim 2 meter hoog van de Romeinse keizer Augustus (63 v.Chr. - 14 n.Chr.). De keizer (van 1,75 m in werkelijkheid, volgens Suetonius) staat gekleed in een militaire uitrusting en richt zich tot de aanschouwer van het beeld.
bron: Wikipedia
Het is gebruikelijk dat in de Oudheid heersers met jonge, geïdealiseerde gezichten en lichamen werden uitgebeeld en dit beeld is hierin geen uitzondering. Wat doorgaans de meeste aandacht krijgt in dit beeld, is de borstplaat en wat daar op staat. Die krijgen vandaag geen aandacht. Vandaag gaat het over de voeten.
Opvallend aan de voeten is dat ze bloot zijn. De keizer loopt op blote voeten. Dit is extra opvallend omdat hij een borstplaat draagt en in zijn linkerhand een speer moet hebben gezeten. De keizer liet zichzelf afbeelden als generaal. Afgezien van het feit dat Augustus zelf zijn veldslagen niet vocht, maar dit overliet aan Marcus Vipsanius Agrippa (63 v.Chr. - 12 n.Chr.), waar zijn de sandalen? Een veldslag met blote voeten is onpraktisch, maar toch had de belangrijkste man in het Romeinse rijk geen schoenen aan.
Algemeen wordt aangenomen dat het feit dat Augustus geen schoenen aan heeft een verwijzing is naar het feit dat dit geen gewone man was. Gewone mannen hebben er last van als ze met blote voeten op een steentje trappen, laat staan op een pijlpunt op het slagveld. Deze Augustus niet. De logische conclusie zou zijn om aan te nemen dat Augustus hier als een god werd afgebeeld op een vergelijkbare manier als de koning op het Narmerpalet. Aan de andere kant, waarom dan wapens dragen? Eén van die verborgen vragen waar geen antwoord op lijkt te zijn.
Uit de Oudheid zijn een paar namen van grote dichters overgedragen. Homerus en Vergillius zijn wellicht nu de bekendste, maar dat waren zeker niet de enige. Op het eiland Lesbos woonde Sappho in de zevende en zesde eeuw v.Chr. Zij schreef liefdesgedichten over een vrouw (vandaar dus de termen saphisch en lesbisch in de moderne taal). Dat deed ze zo verdienstelijk dat Plato haar neerzette als de tiende van de muzen.
In een tiende-eeuwse Byzantijnse christelijke encyclopedie, de Suda staat een interessant stukje over deze dichteres en haar vermeende familieleven. (Suda s.v. 'Sappho')
Ze was getrouwd met een heel rijke man, Kerkylas die opereerde vanuit Andros.
Opmerkelijk is dat in het overgeleverde werk van de dichteres zelf geen enkele referentie aan haar echtgenoot te vinden is. Daarnaast is het grappig te beseffen dat Kerkylas een Grieks woord is, het verkleinwoord voor "Kerkos" en dat betekent "piemel". Andros is "Man". Aangenomen wordt dat Kerkylas een fictief figuur is. Weinig origineel of geloofwaardig als je het mij vraagt...
Op dit blog zijn tot nu toe twee stoïcijnse filosofen aan bod gekomen, Marcus Aurelius en Epictetus. Marcus Aurelius relativeerde keizerschap op een mooie manier en Epictetus legde de nadruk op het feit dat het niet past trots te zijn op dingen waar je zelf geen aandeel in hebt, zoals het hebben van een mooi paard. Dit zijn op zich twee stellingen die je tot nadenken zetten, maar ze zijn niet controversieel of shockerend voor de moderne lezer.
Wat dat zeker wel is, is de opvatting die Epictetus tentoonspreidt met betrekking tot liefde voor vrouw en kinderen. Je vrouw en kinderen zijn volgens Epicurus externe zaken waar je zelf geen invloed op kunt hebben en als zodanig niet al te waardevol. Deze radicale opvatting verwoordt hij op een nogal kille wijze (Zakboekje 3):
Als je je kind of vrouw kust, dan is het: 'Een sterveling, meer niet, geef ik een kus.' Komt die ooit te overlijden, dan raak je namelijk niet van streek.
Nog killer dan dat formuleert hij het in zijn Discourses 3.24.84.
Wat kan het kwaad dat je op het moment dat je je kind kust, fluistert: "Morgen ga je dood."?
Het idee is natuurlijk om jezelf te beschermen tegen het verdriet van het verlies van een dierbare door niemand echt dierbaar genoeg te vinden om er echt verdriet om te hebben, maar dit is een benadering die de moderne mens vreemd is en daarom wel zo interessant.
De verschillende Griekse stadstaten waren in de periode voor Alexander de Grote (356 - 323 v.Chr.) veelal bezig met het elkaar bevechten. Eén van de belangrijkste stadstaten was Laconia, met de hoofdstad Sparta. Drie dingen zijn in het bijzonder interessant aan deze stadstaat (er zijn meer dingen interessant over Sparta trouwens). Ten eerste stond de legermacht van de Spartanen bekend als de allerbeste omdat het uit professionele soldaten bestond. Ten tweede hadden de Spartanen een systeem van opvoeding dat door de staat geleid werd en ook mede verantwoordelijk was voor het militaire succes. Ten derde stonden de Spartanen bekend om hun laconieke houding. Laconiek betekent oorspronkelijk niets anders dan Spartaans.
De Griekse biograaf en schrijver Plutarchus (±46 - minstens 120 n.Chr) geeft hier een interessant voorbeeld van. De koning van de Macedoniërs en vader van Alexander de Grote, Philippus II (382 - 336 v.Chr.) is bezig met een succesvolle invasie van Griekenland en besluit de Spartanen een brief te sturen waarin hij aangeeft wat er te doen staat. De reactie was duidelijk, zo schrijft Plutarchus (Over geklets 17):
Philippus schreef het volgende aan de Spartanen: "Als ik jullie territorium betreed, zal ik jullie allemaal vernietigen, opdat jullie nooit meer op zullen staan"; ze antwoordden hem met één woord: "als".
Discussie gesloten.
Iedereen herinnert zich de toespraak van Paul Bremer in 2003 toen ze Saddam Houssein hadden gevangen. De Grote Vijand van het Vrije Westen was gepakt en de rest is geschiedenis. Wat je ook vindt van deze situatie, iedereen is het er wel over eens dat Bremer een boodschap uitdroeg. We hebben de bad guy te pakken. De president van Irak zou een bedreiging zijn voor vrede en stabiliteit, dus hij moest weg.
In de Romeinse tijd kwam dit ook regelmatig voor en het bekendste voorbeeld is ongetwijfeld dat van de bekendste politieke moord in de geschiedenis, die van Julius Caesar (100 - 44 v.Chr.). Hij werd volgens de Romeinse biograaf Plutarchus (±46 - minstens 120 n.Chr) door zoveel mensen tegelijk aangevallen met dolken dat dolken braken en de aanvallers elkaar verwondden (Brutus 17.4-7).
Uiteindelijk overleed Caesar en daarmee overleed het grote gevaar voor het voortbestaan van de door de senatoren gedomineerde Romeinse Republiek. Eén van de grote leiders van de samenzwering tegen deze potentiële koning was Marcus Junius Brutus (85 - 42 v.Chr.). Brutus stamde uit een familie die de Romeins-Etruskische koning Lucius Tarquinius Superbus "de Arrogante" zou hebben verdreven in 509 v.Chr. en daarmee de Republiek had ingesteld. Potentiële koningen zoals Caesar werden door Brutus en zijn medestanders met argusogen gevolgd. Dit belette hem niet om een vriendschappelijke relatie op te bouwen met Caesar. In de plooien van zijn toga bewaarde hij echter wel een dolk en die kwam er op 15 maart 44 v.Chr. uit.
Omdat Brutus niet de beschikking had over Youtube en televisie, moest hij zijn korte boodschap op een andere manier overdragen. Dat deed hij door een nieuwe munt te slaan, wat zeer gebruikelijk was om boodschappen over te brengen:
Bron: Wikipedia
Aan de linkerkant van de munt staat een beeltenis van Brutus, maar op de achterkant staat de ware boodschap. Twee dolken, een muts en een datum. De Romeinse historicus Cassius Dio licht dit verder toe (Romeinse Geschiedenis, 47.25.3):
Naast deze activiteiten [het opzetten van een leger en een aantal militaire handelingen daarmee] sloeg Brutus op de munten die werden geslagen zijn eigen gelijkenis, een muts [die aan slaven werd gegeven als ze vrijgelaten werden door hun meester] en twee dolken, waarmee - en met de inscriptie - hij aangaf dat hij en Cassius [een andere belangrijke samenzweerder] het vaderland had bevrijd.
De Republiek was gered, Ladies and gentlemen, We've got 'em. Alleen jammer voor Brutus dat het niet lang meer duurde voor Augustus (63 v.Chr. - 14 n.Chr.) het toch voor elkaar kreeg de macht over te nemen. Gelukkig voor Brutus zelf had hij toen al zelfmoord gepleegd.
De Griekse filosoof Plato (427 - 347 v.Chr.) stelde in zijn De Staat dat het het beste was als staten geregeerd zouden worden door denkers zoals hij, door filosofen. Hij heeft het niet mogen meemaken, maar in de hoogtijdagen van het Romeinse rijk dook een echte filosoof-koning op, namelijk de keizer Marcus Aurelius (121 - 180 n.Chr.). Marcus Aurelius was een echte stoïsche filosoof en werd sterk beïnvloed door de grote Epictetus (±50 - ±130 n.Chr.). Naar stoïcijns model wist hij grote dingen te relativeren tot iets heel kleins.
Marcus Aurelius schreef gedurende zijn regeerperiode een werk dat de geschiedenis in is gegaan als Overpeinzingen, maar dat Τὰ εἰς ἑαυτόν heette, "datgene aan zichzelf". Hierin relativeert hij met name op bijzondere wijze het keizerschap. Romeinse keizers waren herkenbaar aan een purpere zoom op hun toga. In het geval van een keizer die naast zijn sandalen ging lopen, Marcus legt duidelijk uit waar dit op neerkomt (Overpeinzingen 6.13):
Jouw purperen gewaad is niets meer dan een beetje schapenwol dat bevlekt is met het bloed van een purperslak.
Zo kun je het ook bekijken. Opmerkelijk is dat de zoon van Marcus, die hem opvolgde, Commodus (161 - 192), juist bekend stond om zijn grootheidswaan. Maar dat is een onderwerp voor een andere keer.