Tot 40% extra korting op winters assortiment!

donderdag 14 februari 2013

Sterk én broos

Het is Valentijnsdag. Dat betekent dat we het vandaag over liefde gaan hebben. De Griekse dichteres Sappho (7e en 6e eeuw v.Chr.) die we al eerder met een gedicht over liefde hebben gezien, schreef een kort gedicht over de kracht van liefde. Dit behoeft verder weinig introductie (LXXXVI):
Liefde is zo'n sterk iets,
Zelfs de goden zwichten ervoor,
Wanneer het vast wordt gesmeed,
Met de onwrikbare waarheid
Liefde is zo'n broos iets,
Een woord, een blik, zal het doden.
Oh, geliefden, kijk goed uit,
Hoe je met liefde omgaat.
Boekentip voor vandaag:
Paul Roche, The Love Songs Of Sappho

dinsdag 12 februari 2013

Iets vergeten

Eén van de bekendste mythen uit het oude Griekenland is de mythe van Theseus en de Minotaurus. De Minotaurus was de zoon van de vrouw van  koning Minos en een offerstier (dat had de god Poseidon bedacht). Om die reden had hij een stierenkop en een mensenlichaam. Omdat hij mensenvlees nodig had, werd hij gevaarlijk en werd de eerder genoemde Daedalus ingezet om een labyrint te bouwen om het beest in op te sluiten. Jaarlijks werden vanuit Athene, waar Theseus vandaan kwam, kinderen naar Kreta gestuurd om nooit meer terug te keren. Theseus was de zoon van de koning en behoort tot de derde lichting kinderen die naar Kreta vertrok.

De Griekse biograaf Plutarchus (±46 - minstens 120 n.Chr) heeft ook een biografie geschreven van deze mythische figuur. Hij schrijft dat Theseus voor het vertrek per schip nog een woord wisselt met zijn vader (Theseus 17.4):
De vorige twee keren onderhielden ze geen hoop op veiligheid en daarom stuurden stuurden ze het schip met een zwart zeil, overtuigd dat hun kinderen naar een zekere vernietiging gingen. Maar nu moedigde Theseus zijn vader aan en schepte luid op dat hij de Minotaurus zou verslaan, om een ander zeil aan de schipper te geven, een wit, en hij beval hem om, wanneer hij met Theseus veilig terugkeerde, het witte zeil te hijsen, maar anders met het zwarte en op die manier het verlies te laten zien.
Theseus vertrekt naar Kreta, verslaat de Minotaurus en keert terug. Hij had alleen die hele dag al het idee dat hij iets vergeten was. Bij de aanblik van het schip, sprong de koning van de rotsen in zee.

zondag 10 februari 2013

Die irritante goeie reputatie altijd!

De Atheense democratie die eerder aan bod is gekomen, kende een opmerkelijk fenomeen: ostracisme. Middels deze procedure konden Atheners zonder dat ze iets verkeerd gedaan hebben nam een stemming worden verbannen uit de polis. Als besloten werd tot een ostracisme kregen alle burgers de gelegenheid om de naam van iemand op een potscherf (ostrakon) te krassen en die in te leveren. Als er voldoende stemmen uitgebracht waren, werd degene met de meeste scherven met zijn naam erop, verbannen voor een bepaalde periode, om daarna gewoon weer toegelaten te worden alsof er niets gebeurd is.

Over wat hier de bedoeling van was, daar is discussie over, maar vast staat dat een aantal prominente staatslieden, soms zelfs met een uitstekende reputatie, de stad hebben moeten verlaten om deze reden. Eén van deze prominenten was Aristides (530 - 468 v.Chr.), bijgenaamd De Rechtvaardige. Hij was verwikkeld in een politieke strijd met Themistokles (524 - ±460 v.Chr.), die overigens naast zijn hoofdrol in de Slag bij Salamis (480 v.Chr.) zelf bekend geworden is door een vondst van potscherven met zijn naam erop.


Potscherf met "Themistokles, zoon van Neokles" erop
Bron: Wikipedia

Terug naar Aristides. De Griekse biograaf Plutarchus (±46 - minstens 120 n.Chr) vermeldt dat Aristides in de periode dat er een ostracisme plaatsvond een analfabeet tegen kwam die zijn hulp nodig had (Aristides 7.5-6):
In de tijd waarover ik heb had, toen ze kiezers bezig waren hun scherven te beschrijven, zegt men dat een ongeletterde en compleet stompzinnige kerel zijn scherf overhandigde aan Aristides en hem vroeg om er "Aristides" op te schrijven. Hij vroeg verbijsterd wat Aristides hem misdaad had. "Helemaal niets," was het antwoord, "ik ken die kerel niet eens, maar ik ben het zat dat iedereen hem overal 'De Rechtvaardige' noemt." Na dit aangehoord te hebben, antwoordde Aristides niet, maar schreef zijn naam op de scherf en gaf het terug. Tenslotte, toen hij de stad verliet [hij had dus de meeste stemmen], hief hij zijn handen tot de hemel en bad - een tegengesteld gebed aan dat van Achilles [die nogal geobsedeerd was met eer en waardering], zo lijkt het - dat geen crisis Athene onder de duim zou krijgen, waardoor het volk gedwongen zou zijn zich Aristides te herinneren.
Uiteindelijk werd Aristides snel weer teruggeroepen om Athene te helpen bij Salamis. 

Boekentip voor vandaag:
Plutarchus, Biografieën VI
S. Forsdyke, Exile, Ostracism and Democracy

vrijdag 8 februari 2013

Het smoesje van Epimenides

Iedereen komt wel eens te laat op zijn werk. Vaak is dat omdat de fietsband lek was, de brug open stond, de trein vertraging had of de laatkomer zich verslapen heeft. Dat kan gebeuren. De Kretenzische ziener Epimenides (6e eeuw v.Chr.) maakte het wel erg bont. Volgens de Griekse biograaf Diogenes Laërtius (3e eeuw n.Chr.) bleef hij lang weg toen hij erop uit gestuurd was om een schaap te vinden (Epimenides 109):
op een dag werd hij het land in gestuurd door zijn vader om naar een weggelopen schaap te zoeken en rond het middaguur verliet hij de weg en ging slapen in een grot, waar hij zeveneenvijftig jaar heeft geslapen. Hierna stond hij op en ging verder zoeken naar het schaap, in de veronderstelling dat hij maar eventjes had geslapen. Toen hij het niet kon vinden, ging hij naar de boerderij waar hij ontdekte dat alles veranderd was en iemand anders het bezat. Volkomen verbijsterd ging hij vervolgens naar de stad; daar liep hij bij het betreden van zijn eigen huis mensen tegen het lijf die wilden weten wie hij was. Uiteindelijk vond hij zijn jongere broer, nu een oude man, en die vertelde hem de waarheid.
Je denkt toch niet dat ik dát geloof?!

woensdag 6 februari 2013

One Ring to rule them all

Jaren geleden las ik het fantasyboek Lord Foul's Bane, van Stephen Donaldson, want er stond op de achterkant dat het "comparable to Tolkien at its best" was. Uitstekend, want dat vind ik leuke boeken. Het was alleen zo dat een belangrijk deel van het plot heel bekend voor kwam. Een anti-held had een ring en als hij die om deed, kreeg hij bijzondere krachten. Dan was er nog een Dark Lord die ze Lord Foul  hadden genoemd omdat ze niets beters konden bedenken, en die wilde de ring hebben. Komt me bekend voor. Het was wel een goed boek trouwens, in een hele trilogie.

Waarom deze anekdote op dit blog? Omdat magische ringen niets nieuws zijn. De Griekse filosoof Plato (±427 - 347 v.Chr.) schreef er al over in zijn bekendste werk, De Staat. Daarin vertelt Plato over de eergisteren geïntroduceerde Gyges die op een rare manier aan de macht kwam in Lydië. Plato maakt het nog  merkwaardiger. In zijn verhaal is Gyges namelijk niets meer dan een herder die toevallig ergens het lijk van iemand die "meer dan sterfelijk" leek. Dit lijk had een ring met een steen erop. Gyges nam het mee. Plato vertelt (De Staat II.359e-360a):

Bij de maandelijkse beraadslaging van de herders om rapport uit te brengen aan de koning over de gang van zaken bij de kudden was ook hij aanwezig met de ring om zijn vinger. En terwijl hij daar zo zat tussen de andere herders, speelde hij wat met  de  ring  en  draaide  de  ringsteen  naar  de  palm  van zijn hand. Op dat moment werd hij onzichtbaar voor de anderen, zodat zij over hem spraken als iemand die even was weggegaan. Hij was hierover natuurlijk stomverbaasd en draaide de steen weer naar buiten, waardoor hij weer zichtbaar werd. Om deze eigenschap van  de ring nog verder uit te proberen, draaide hij de steen nogmaals naar binnen en constateerde toen inderdaad dat hij daardoor onzichtbaar werd en zichtbaar als hij de steen weer naar buiten draaide.
De functie van de ring in het verhaal is om de vraag of mensen van nature geneigd zijn tot rechtvaardigheid te beantwoorden. Wat in ieder geval ook interessant is, is dat we hier drie boeken hebben die een magische ring bevatten die voor een outsider grote gevolgen heeft. 


Boekentip voor vandaag:
Plato, The Republic
J.R.R. Tolkien, The Lord of the Rings
S. Donaldson, Lord Foul's Bane

maandag 4 februari 2013

De voyeur krijgt de buit

De eerder aan bod gekomen Croesus (±595 - ±546 v.Chr.) was koning van Lydië, een koninkrijk in het binnenland van het huidige Turkije. Zijn familie was niet de oorspronkelijke koninklijke familie in het land en zoals dat vaak gaat in de Oudheid, hebben we een merkwaardige manier van de Griekse historicus Herodotus (±485 v.Chr. - tussen 425/420 v.Chr.) doorgekregen over hoe de familie aan de macht kwam. Aan het einde van het verhaal ontstond er een heel nieuw woord.

Voor de familie van Croesus aan de macht kwam, werd Lydië geregeerd door Candaules (8e eeuw v.Chr.). Hij had een hele mooie vrouw en Herodotus meldt dat hij er nog verliefd op was ook! (Historiën I.8.1.) Hij was zó vol van de schoonheid van zijn vrouw, dat hij zijn bewaker Gyges beval haar te bekijken terwijl ze zich in de slaapkamer zou uitkleden om zo met eigen ogen te zien wat een prachtige vrouw het was. Zo geschiedde, maar Gyges werd gezien door de koningin terwijl hij wegsloop. In plaats van te gillen pakte zij het als volgt aan. De volgende dag liet ze Gyges door een slaaf roepen en sprak hem toe (Historiën I.11.2-3):
Er zijn voor jou nu twee wegen aanwezig, Gyges, ik geef jou de keuze welk van beide je wil inslaan. Want ofwel moet je Candaules doden en krijg je mij en het koningschap van Lydië, ofwel moet je dadelijk zelf sterven zonder meer, opdat je voortaan niet meer zou zien wat je niet mag zien door Candaules in alles te gehoorzamen. Maar het is werkelijk nodig ofwel degene die dat bedacht heeft omkomt ofwel jij die mij naakt bekeken hebt en gedaan hebt wat niet gebruikelijk is.
Gyges maakte deze eenvoudige keuze en doodde Candaules. Candaules, op zijn beurt, wordt tegenwoordig nog herinnerd in bepaalde subculturen, als de naamgever van het Candaulisme, een bepaald soort seksuele fantasie.

zaterdag 2 februari 2013

Donder, bliksem en een slang in je bed

Grieken hadden iets met symboliek. Als er iets opmerkelijks gebeurde of iemand iets raars droomde, werd daar groot belang aan gehecht. Hele volkeren liepen in een ver sacrum achter een koe aan om te kijken waar ze zich zouden vestigen. Ook op individueel gebied werd nogal wat opgehangen aan gebeurtenissen, tenminste achteraf. Zo ook met de grootste van alle Grieken (als je hem een Griek mag noemen), Alexander de Grote (356 - 323 v.Chr.).

Alexander was de zoon van Philippus II (382 - 336 v.Chr.) van Macedonië en zijn vrouw Olympias (±376 - 316 v.Chr.). Zoals we eerder hebben gezien maakte Alexander als jongeling al veel indruk op zijn vader door een wild paard te bedwingen. Vóór de geboorte was er al sprake van voortekenen. Zo valt de Griekse biograaf Plutarchus (±46 - minstens 120 n.Chr) in zijn biografie van Alexander meteen met de deur in huis door aan te geven dat er dingen gebeurden, ruim voor de geboorte van de latere koning (Alexander 2.3-6):
De nacht voordat het huwelijk [tussen Philippus en Olympias] werd geconsummeerd, hoorde de bruid in haar droom een donderslag: een bliksemstraal trof haar schoot en uit die plek laaide een grote vlam op, die vervolgens in alle richtingen uiteenspatte en daarna doofde. Philippus droomde enige tijd na het huwelijk dat hij een zegelring op de schoot van zijn vrouw drukte; de beeldenaar van de rins stelde, naar hij meende, een leeuw voor. De meeste waarzeggers [die de droom moesten verklaren] vonden de droom bedenkelijk: hij wees er volgens hen op dat Philippus nauwlettende over zijn echtelijke verhouding moest waken. Aristandros uit Telmessos verklaarde daarentegen dat zijn vrouw zwanger was (met verzegelde immers nooit iets leegs), en wel van een kind dat vurig van aard was als een leeuw. Ook zag men eens, toen Olympias sliep, dat een slang zich naast haar lichaam had uitgestrekt; en men zegt dat dít vooral de hartstocht en de attenties van Philippus voor zijn vrouw heeft doen verflauwen, zodat hij niet vaak meer bij haar rustte - of het nu was omdat hij vreesde door zijn vrouw behekst of betoverd te worden, dan wel omdat hij, in de overtuiging dat zij omgang had met een hoger wezen [goden verschijnen in de Griekse mythologie vaak in de vorm van dieren aan jonge vrouwen], de echtelijke gemeenschap als iets zondigs schuwde.
Het lijkt erop dat Aristandros uit Telmessos gelijk had.

Boekentip voor vandaag:
Plutarchus, Biografieën I