Tot 40% extra korting op winters assortiment!

donderdag 14 maart 2013

Wáár moet ik op gaan zitten, pa?!

Soms spelen de goden rare spelletjes met je en stellen ze merkwaardige eisen. Vaak hadden die eisen de geboorte van een bijzonder persoon of de stichting van een stad tot gevolg. Zo ook bij Romulus, de stichter en eerste koning van Rome. Het verhaal van Romulus en zijn broer die door een wolvin werden gezoogd is min of meer canoniek, dus daar ga ik nu niet op in, maar er zijn ook andere theorieën om de opkomst van Romulus te verklaren.

De Griekse biograaf Plutarchus (±46 - minstens 120 n.Chr) noemt in zijn biografie van Romulus een aantal van diens oorsprong-verhalen. De merkwaardigste betreft een eis die Tarchetius, de koning van Alba Longa, kreeg van het orakel van Thetys (Romulus 2:3-4):
[...] en nog weer anderen [Plutarchus vertelt verschillende verhalen] vertellen wat betreft zijn afkomst iets volkomen fabuleus. Bijvoorbeeld, ze zeggen dat Tharchetius, de koning van de Albanen, die uiterst wreed en wetteloos was, werd bezocht door een vreemde geestverschijning in zijn huis, namelijk een penis die uit de grond opkwam en daar vele dagen bleef. Nu was er een Orakel van Thetys in Toscane en daar kwam een antwoord vandaan dat naar Tarchetius werd gebracht. een maagd moest gemeenschap hebben met deze geestverschijning en zij moest een zoon baren die zeer beroemd zou zijn om zijn moed en zeer veel geluk en grote kracht zou hebben. Tarchetius vertelde vervolgens deze profetie aan een van zijn dochters en verzocht haar om gemeenschap te hebben met de geestverschijning.
Het moet weinig verrassend zijn dat deze jongedame niet stond te springen om seks te hebben met een penis die uit de grond kwam opzetten, dus liet ze een dienstmaagd dat doen. Daar was Tarchetius weer niet enthousiast om. Lang verhaal kort: dit werd dus Romulus, de stichter van het machtigste rijk uit de Europese geschiedenis.

Boekentip voor vandaag:
Erich S. Gruen, Culture and National Identity in Republican Rome (met name hoofdstuk 1)
Plutarchus, Lives of Romulus, Lycurgus [...]

dinsdag 12 maart 2013

"Sleep me mee en begraaf me morgen"

Pherecydes (6e eeuw v.Chr.)was een Grieks denker van het eiland Syros. Volgens de biograaf Diogenes Laërtius (3e eeuw n.Chr.) was hij de eerste die ik het Grieks over de natuur en over de goden schreef. Daarnaast maakt hij melding van drie verschillende scenario's rond zijn dood. Volgens de versie die Diogenes de meeste aandacht geeft, stierf Pherecydes door een ziekte met zweren (hij schreef nog in een brief aan de grote Thales (±624 - 545 v.Chr.) dat hij zijn vinger door het sleutelgat van zijn kamerdeur stak om duidelijk te maken dat het afgelopen was met hem(Pherecydes 122)). Een andere theorie laat hem van een berg springen en daarbij overlijden.

Een derde versie die één van Diogenes' bronnen aandraagt, heeft betrekking op een conflict tussen de steden Ephese en Magnesia waarin Pherecydes de kant van Ephese koos. Wat er gebeurd is, is niet helemaal duidelijk, maar ergens in dit conflict komt hij om. Diogenes vertelt wat er gebeurt als Pherecydes iemand uit Ephese tegenkomt (Pherecydes 117-118):
[...H]ij zei: "sleep me bij de benenen leg me op het grondgebied van Magnesia neer; en neem een boodschap naar je landgenoten dat ze me daar moeten begraven na jullie overwinning en dat dit de laatste voorspelling van Pherecydes is [hij voorspelde volgens Diogenes wel meer dingen]." The man gaf de boodschap door; een dag later vielen de Ephesiërs aan en versloegen de Magnesiërs; ze vonden Pherecydes dood en begroepen hem ter plekke met grote eer.
Geen idee wat er precies gebeurd is, maar hij had het wel voorspeld dat het ging gebeuren...

Boekentip voor vandaag:
Diogenes Laërtius, Lives of eminent Philosophers

zondag 10 maart 2013

Perzisch huurcontract

Men zegt wel eens dat de geschiedenis gemaakt wordt in de grote veldslagen en aan de hoven van de koningen, priesters, generaals en soms rijke handelaren. Dat is maar een deel van de waarheid. Juist in de Oudheid geeft dat maar en heel beperkt beeld, want bijna iedereen had niets met macht en rijkdom te maken. Wat voor iedereen belangrijk was, waren de eerste levensbehoeften zoals voedsel en onderdak. In die zin lijken de oude Perzen veel op ons.

Interessant hierin zijn de overgeleverde contacten uit de Perzische tijd. Tijdens de regering van Darius de Grote (549 - 486 v.Chr.) had ene Shamash-iddin een scheur in de muur van een huis dat hij verhuurde en Iskhuya woonde daar, dus werden gedeelde belangen contractueel vastgelegd (Contract for Rent & Repair of a House):
Naast de huur van het huis van Shamash-iddin, de zoon van Rimut, voor dit jaar, zullen vijftien shekels aan contanten naar Iskhuya, de zoon van Shaqa-Bel, zoon van de priester van Agish, gaan. Van de betaling zal hij immers de zwakte van het huis repareren, hij zal de scheur in de muur dichten. Hij zal een deel van het geld aan het begin betalen, een deel van de betaling bij de voltooiing. Hij zal het betalen op de dag van Bel, de dag van het het huilen en tranen. In het geval dat het huis door Iskhuya niet is voltooid na de eerste dag van Tebet, dan zal Shamash-iddin vier shekels aan geld in contanten in zijn bezit krijgen uit de hand van Iskhuya.
Waar tegenwoordig het onderhoud van een huis vooral de verantwoordelijkheid is van de eigenaar, is hier duidelijk sprake van een uitbesteding aan de huurder. Da's ook goed, als het maar geregeld wordt, nietwaar?

vrijdag 8 maart 2013

Wat doen helden in hun vrije tijd?

Volgens de Griekse dichter Homerus duurde de Trojaanse Oorlog vele jaren. In die tijd was het uiteraard niet aan één stuk door knokken tussen de Grieken en de Trojanen. Er was ook tijd om leuke dingen te doen, zoals op deze vaas te zien is.

Ajax en Achilles spelen een spelletje
Bron: ancientrome.ru

Beide heren hebben hun wapenrusting nog aan (al is bij Ajax de helm af gezet, die ligt rechts naast hem, bij zijn schild). Welk spelletje ze aan het spelen waren, is niet goed te zien, maar het is heel goed mogelijk dat ze Ludus latrunculorum ("spel van de huurlingen") aan het doen waren. Dit was een strategisch oorlogsspelletje dat mogelijk op schaken leek. En een vrij onbekende Romeinse tekst, de Lof aan Piso, van een onbekende schrijver, komt het spel onder de aandacht (Lof aan Piso p.311, moderne pagina's):
Als je het misschien leuk vindt, als je moe bent van het gewicht van je studies, om niet inactief te zijn, maar om een behendigheidsspel te spelen, dan wordt er op een listige manier een stuk in verschillende posities verplaatst op een open bord en wordt een strijd gevoerd met glazen soldaten, zodat wit zwart verslaat en zwart wit verslaat.
Lijkt verdacht veel op schaken inderdaad.

woensdag 6 maart 2013

Iemand voor de vissen gooien

Slavernij was in de Oudheid (en eigenlijk lang daarna nog steeds) niets noemenswaardigs. Veel mensen hadden slaven en zij werden al eens beschreven als "gereedschappen met een stem". Dat betekende echter niet dat het gewaardeerd werd als je er erg wreed mee omging. Een lid van de Romeinse ridderstand en zelf zoon van een vrijgelatene, Publius Vedius Pollio (overleden in 15 v.Chr.) had een reputatie opgebouwd als zijnde wreed tegen zijn slaven.

Hij had zich als gouverneur van Azië zodanig verrijkt dat hij een gigantische villa met een vijver in de tuin had. In de vijver hield hij murenen die getraind waren om mensen te eten. Dat was leuk, want Vedius had de neiging af en toe een slaaf in de vijver te gooien als die iets verkeerd gedaan had. De Romeinse geschiedschrijver Cassius Dio (±155 - na 229 n.Chr.) beschrijft een voorval rond het bezoek van keizer Augustus aan de villa van onze vriend (Romeinse Geschiedenis LIV.23.2-5):
Op een dag, toen hij Augustus ontving, brak zijn bekerdrager een kristallen beker en zonder op zijn gast te letten, beval Pollio om de jongen voor de murenen te gooien. Daarop viel de slaaf op zijn knieën voor Augustus en smeekte hem en Augustus probeerde Pollio eerst te overtuigen niet zoiets monsterlijks te doen. Toen, toen Pollio hem geen aandacht schonk, zei de keizer: "Breng alle andere drinkbekers van elke soort en al het andere van waarde dat je bezit, zodat ik er gebruik van kan maken." En toen ze gebracht waren, beval hij ze gebroken te worden. Toen Pollio dit zag, was hij uiteraard geërgers; maar omdat hij niet langer boos was over die ene beker, aangezien een groot aantal van de anderen waren geruïneerd, en omdat hij aan de andere kant zijn slaaf niet kon straffen voor iets wat Augustus ook had gedaan, hield hij zich rustig, zij het zeer tegen zijn zin.
Augustus had heel goed in de gaten hoe hij met Pollio's gedrag om moest gaan. Na Pollio's dood maakte de keizer zijn huis ook met de grond gelijk. Hij was duidelijk te ver gegaan.

Boekentip voor vandaag:
Cassius Dio, The Roman History

maandag 4 maart 2013

Oorlogstrofeeën van de zee

Het mag een opmerkelijk feit heten dat in een jaar van dit blog twee berichten langsgekomen zijn van heersers die de zee aanvielen. In mijn tweede blogpost zegen we de Perzische koning opdracht geven de zee af te ranselen. Vandaag zien we de man die altijd in staat is tot een merkwaardige actie, de Romeinse keizer Caligula (12 - 41 n.Chr.). Hij was op oorlogspad in Noordwest-Europa en besloot in de richting van Brittanië te gaan.

Er is veel discussie over wat de significantie is geweest van wat vervolgens gebeurt, maar de Romeinse biograaf Suetonius (69/70 - 140 n.Chr.) beschrijft het volgende (Caligula 46):
Tenslotte stelde hij, omdat hij de oorlog wilde beëindigen, zijn troepen in gevechtsformatie op de kust van de Oceaan op, waarbij hij zijn ballista's en andere artillerie opstelde en toen niemand wist of kon bedenken wat er aan de hand was, gaf hij plotseling het bevel op schelpen te verzamelen en hun helmen en de vouwen van hun kleding ermee te vullen, als "buit van de Oceaan, voor de Capitolijn en de Palatijn [twee van de heuvels van Rome]." Als een monument voor zijn overwinning bouwde hij een hoge toren, waarvandaan 's nachts lichten zouden schijnen om de koers van schepen te begeleiden, net als de Pharos [de grote vuurtoren van Alexandrië, één van de zeven wereldwonderen].
Caligula gaf vervolgens een bonus aan zijn soldaten en bereidde de triomftocht voor. Dat kan allemaal als je de keizer bent...

Boekentip voor vandaag:
Suetonius, Keizers van Rome

zaterdag 2 maart 2013

Nogal een vloek

Eergisteren kwam één van de twee bekendste Griekse epen aan bod. Vandaag de bekendste van de Romeinen, de Aeneis van de Romeinse schrijver Vergilius (70 - 19 v.Chr.). Waar in de Odyssee van gisteren de tocht vanuit de Trojaanse Oorlog naar huis van de Griekse held Odysseus wordt beschreven, komt in de Aeneis de vlucht van Aeneas van Troje aan bod en net als Odysseus maakt Aeneas van alles mee.

Zo duikt Aeneas op in Carthago waar hij een relatie krijgt met koningin Dido (of Elissa, afhankelijk van welke beschaving dat mag bepalen). Hij besluit echter toch het lot na te jagen en vertrekt. 's nachts wordt hij door een god aangespoord om meteen te gaan, zonder afscheid te nemen. Als Dido erachter komt dat Aeneas weg is, pleegt ze zelfmoord, maar niet voordat ze de volgende vloek uitspreekt (Aeneis IV.612-626):
Aanhoor mij [een aantal godinnen], en richt jullie verdiende macht op hulp in mijn ellende en verhoor onze beden. Als het dit afschuwelijke wezen [Aeneas] is beschoren een haven te bereiken en aan land te komen, en de beschikking van Juppiter dit vereist, dan blijft dat toch de grens, want gekweld door een oorlog met een krijgshaftig volk, verbannen uit zijn land, zonder de omhelzing van Iulus [Aeneas' zoon]  zal hij om hulp smeken en een onwaardige dood van de zijnen beleven; niet zal hij, ook al heeft hij zich overgegeven aan de condities van een onbillijke vrede, de vrucht zien van koningschap en zo gewenst leven, maar vóór die dag sneuvelen zonder graf in een zandvlakte.Dit is mijn bede, met deze laatste woorden stort ik mijn bloed uit. Bestook dan, Tyriërs [uit Tyrus, de moederstad van Carthago], met haat dit gebroed en alle toekomstige nazaat en breng dit geschenk als offergave aan mijn as. Geen enkele toenadering of verdrag mag de volken verbinden! Sta op, wreker, uit ons gebeente, wie jij ook bent, die met vuur en zwaard de Dardaanse [Trojaanse] landverhuizers zult vervolgen, nu of ooit, wanneer de krachten op sterkte zijn. Kust zal dan staan tegenover kust, en zee tegen zee, dat bid ik: zelf zullen zij vechten tegen hun kinderen.
Aeneas landt in Italië en later wordt Rome gesticht door zijn nazaten. Die kwamen ooit nog in conflict met Carthago. Dido zat er duidelijk mee...

Boekentip voor vandaag:
Vergilius, Aeneis