Tot 40% extra korting op winters assortiment!

donderdag 31 januari 2013

Wat Armstrong's sponsor van Xerxes heeft

Het bericht dat je nu leest, is online gepubliceerd. Het is niet uitgesproken (tenminste niet door de schrijver) en staat niet fysiek ergens op papier of op een kleitablet geschreven. Met mijn blog kan ik iedereen bereiken die de beslissing neemt naar het adres te gaan. Dit is een onmogelijkheid in de Oudheid, want internet bestaat nog niet. Communicatie diende mondeling of schriftelijk te gaan, zoals wij het 20 jaar geleden nog hadden.

De Romeinen stonden bekend om hun wegennetwerk en de mogelijkheid die daardoor ontstond om mensen, goederen en informatie snel van Antiocheia naar Batavodorum te krijgen.Een ander volk stond bekend om het postsysteem, zo erg zelfs dat een opmerking van de Griekse historicus Herodotus (±485 - ±425 v.Chr) door US Postal Services is overgenomen als lijfspreuk. Herodotus stelt dat de eerder genoemde koning Xerxes (5e eeuw v.Chr.) het bericht van een nederlaag als volgt verzond (Historiën 8.98):
Terwijl Xerxes dit deed, stuurde hij een bode naar Perzië met het nieuws van de huidige tegenslagen. Er is niets sterfelijks dat een route sneller aflegt dan deze bodes, door een handig bedacht plan van de Perzen. Er wordt gezegd dat er net zoveel mannen en paarden waren als dagen die voor de hele reis stonden, elk paard en elke man op één dag reizen afstand van elkaar. Deze werden noch gestopt door sneeuw, noch regen, noch hitte of duisternis om de aan hen toegewezen route zo snel mogelijk af te leggen. De eerste ruiter gaf de lading aan de tweede, de tweede aan de derde en zo ging het van hand naar hand.
Boekentip voor vandaag:
Herodotus, The Histories

dinsdag 29 januari 2013

Een gokspelletje met een hoge inzet

De grootmeester van de Romeinse geschiedenis op het gebied van propaganda is zonder twijfel keizer Augustus (63 v.Chr. - 14 n.Chr.), de eerste keizer. Zoals we eerder hebben gezien ging hij ver in de representatie van zichzelf. Het beeld dat we hebben van Augustus is dat van een goede keizer, goede generaal, een integere en intelligente man waar ook fysiek vrijwel niets mee mis was, want hij werd tenslotte oud. Dat de keizer fysiek hier en daar zijn tekortkomingen had, hebben we ook eerder gezien.

Een andere eigenschap van de keizer die we niet vaak tegenkomen is zijn wreedheid tegenover zijn vijanden. Toen zijn adoptiefvader Julius Caesar (±100 - 44 v.Chr.) werd vermoord in de senaat was het Augustus die de leiding nam in het tot de orde roepen van de moordenaars die met hun troepen naar het Oosten waren getrokken. In 42 v.Chr. werden de troepen van de moordenaren van Caesar verslagen in de Slag bij Philippi.

Waar Caesar bekend stond als een grootmoedige winnaar in oorlogen, had Augustus volgens de Romeinse biograaf Gaius Suetonius Tranquillus (69/70 - 140 n.Chr.) hele andere ideeën over hoe om te gaan met de vijand (Augustus 13):
Toen hij de overwinning behaald had, matigde hij zich niet; integendeel, het hoofd van Brutus [één van de moordenaars van Caesar] zond hij naar Rome om aan de voet van Caesars standbeeld te plaatsen. Juist op de voornaamsten onder de krijgsgevangenen koelde hij zijn woede en overlaadde hen met beledigingen. Zo wordt er verteld dat hij een man die hem smekend vroeg om een behoorlijke begrafenis ten antwoord gaf: "Dat zullen we aan de vogels moeten overlaten."Anderen, een vader en een zoon die om hun leven smeekten, zou hij het bevel hebben gegeven te loten of vingers te raden [een bekend gokspelletje in Rome]. De winnaar mocht blijven leven.
Boekentip voor vandaag:
Suetonius, Keizers van Rome
Anthony Everitt, Augustus. De eerste Keizer

zondag 27 januari 2013

Business Filosofie

Mensen zijn mensen en in essentie waren de Romeinen 2000 jaar geleden hetzelfde als wij tegenwoordig. De Romeinen liepen tegen dezelfde soort problemen aan als wij, zij het binnen hun eigen context. De regels die voor ons gelden, golden ook voor de Romeinen en andersom ook. We kunnen veel leren van de Romeinen, zeker ook omdat zij in tegenstelling tot de Grieken, pragmatisch en praktisch ingesteld waren met hun wijsheid.

In een tijd met rampzalig verlopende (infrastructuur)projecten in Nederland wordt het toch eens tijd om te kijken hoe de Romeinen hiermee omgingen. Niet het uitvoeren en het uitwerken van de plannen, want daarin missen de Romeinen de kennis van mensen als Newton en Einstein, maar projectmanagement. Het beeld dat ik altijd krijg bij mislukte projecten is tweeledig. Soms lijkt niet goed nagedacht te zijn wat de bedoeling uiteindelijk is, soms is er geen plan B voor als er wat op je pad komt. 

Twee Romeinse schrijvers pakken de handschoen op. De eerste is Lucius Annaeus Seneca (±4 v. Chr. - 65 n.Chr.). Seneca is bekend geworden als stoïcijns filosoof en als degene die keizer Nero (37-68 n.Chr.) in de beginfase van diens heerschappij onder controle wist te houden. Zijn bekendste quote staat vermoedelijk op alle mission statements van bedrijven, hoewel waarschijnlijk ook niemand weet wie dit ooit gezegd heeft. In een brief aan een vriend schrijft Seneca (Brief aan Lucilius 71.2-3):
Zo vaak als je wilt weten wat je moet vermijden of wat je moet zoeken, beschouw de relatie ervan met het Opperste Goede, met het doel van je hele leven. Want alles wat we doen moet daarmee in harmonie zijn; geen man kan de details uitstippelen tenzij hij van tevoren het hoofddoel van zijn leven voor ogen heeft. De kunstenaar kan zijn kleuren allemaal al hebben voorbereid, maar hij kan geen gelijkenis produceren als hij niet van tevoren bedacht heeft wat hij wil schilderen. De reden dat we fouten maken, is omdat we de delen overwegen, maar nooit het leven als geheel. De boogschutter moet weten wat hij wil raken om iets te raken; vervolgens moet hij richten en het wapen beheersen door zijn vaardigheid. Onze plannen mislukken omdat we geen doel hebben. Als een man niet weet naar welke haven hij vaart, heeft hij nooit wind mee.
Het andere probleem wordt aangevlogen door de mimespeler, acteur en schrijver Publilius Syrus (1e eeuw v.Chr.). Zijn aandeel in de mission statements van bedrijven bestaat uit een paar woorden (Sententiae, 1 ongeveer 1/3 deel):
Het is een slecht plan als je het niet kunt veranderen.
Boekentip voor vandaag:
Lucius Annaeus Seneca, Letters from a Stoic
Hardmod Carlyle Niclao, Publilius Syrus

vrijdag 25 januari 2013

Een wrange nasmaak

De Griekse historicus Herodotus van Halicarnassus (±485 - ±425 v.Chr) vertelt in zijn Historiën over de oorlog tussen de Grieken en de Perzen in de 5e eeuw v.Chr.. Herodotus besteedt ook aandacht in de vestiging van het Perzische rijk en in het bijzonder de stichter van het rijk, Cyrus de Grote (6e eeuw v.Chr.). Net als bijvoorbeeld de eerder genoemde Romulus, de stichter van Rome, zou Cyrus als verlaten kind door een herder zijn opgevoed.

De koning van het gebied waar Cyrus vandaan kwam, Astyages, vernam in een droom dat zijn kleinzoon hem omver zou werpen. Toen kreeg zijn dochter een kind. Astyages beval een lid van zijn gevolg, Harpagus, het kind te doden, maar die liet het opvoeden door een herdersgezin die net een kind hadden verloren. Op een gegeven moment kwam Astyages erachter en besloot Harpagus te straffen. Dat deed hij door hem uit te nodigen voor een indrukwekkend diner. Harpagus moest ook even zijn eigen dertienjarige zoon sturen. Herodotus vertelt verder (Historiën  I.119.3-7):
Maar toen Harpagus' zoon kwam, sneed Astyages zijn keel door en sneed hem in stukken. Hij roosterde een deel van het vlees en kookte een deel ervan en hij bewaarde het toen hij het had bereid. Dus toen de tijd voor het diner was aangebroken en de rest van de gasten en Harpagus aanwezig waren, werd Astyages en de anderen lamsvlees geserveerd, maar Harpagus dat van zijn eigen zoon, alles behalve het hoofd, de handen en de voeten, die apart lagen in een afgedekte mand. Toen Harpagus genoeg gegeten had, vroeg Astyages hem: "Heb je genoten van je maaltijd, Harpagus?" "Geweldig," antwoordde Harpagus. Vervolgens brachten zij wiens taak dit was, het hoofd, de handen en de voeten, verborgen in de mand en ze stonden voor Harpagus en zeiden hem het te openen en te nemen wat hij lekker vond. Harpagus deed dit; hij opende de mand en zag wat er over was van zijn zoon. Hij zag dit, maar hield zichzelf in de hand en bleef rustig. Astyages vroeg hem: "Weet je van welk beest je vlees hebt gegeten?" "Dat weet ik," zei hij, "en alles wat de koning doet, is aangenaam." Met dat antwoord nam hij wat overgebleven was van het vlees mee en ging naar huis. Daar, denk ik, was hij van plan om alles te begraven.
Boekentip voor vandaag:
Herodotus, The Histories

woensdag 23 januari 2013

Oh, kom dan maar binnen!

In de Griekse oudheid was burgerschap in de stadstaten van Griekenland een privilege, geen recht. Slechts een klein deel van de bevolking van een polis bezat het burgerrecht en het kon aan mensen gegeven of van mensen afgenomen worden als daar reden voor was. De Atheense democratie die zo bekend is geworden, is in die zin niet vergelijkbaar met de huidige Westerse democratie, want lang niet iedereen mocht zich met de politieke besluitvorming bemoeien.

Het burgerrecht werd soms verleend aan buitenstaanders, mensen die niet uit de polis kwamen. Voor Athene is de eerste die dit privilege toegedeeld kreeg, naar verluid iemand uit de Noordelijke Zwarte-Zee-Regio, op het grensgebied van het huidige Oekraïne en Rusland. Het was de zoon van een Griekse moeder en een Scythische vader en hij heette Anarcharsis (6e eeuw v.Chr.). Volgens de Griekse biograaf Diogenes Laërtius (3e eeuw n.Chr.) was hij na zijn bezoek aan Athene enthousiast om de Griekse cultuur (hoewel hij niet begreep was er nou zo leuk was aan die vechtsporten (Anarcharsis 5)) en probeerde daar van alles van mee te nemen naar huis.

In Athene kwam Anarcharsis op bezoek bij de grote Solon (±640 - ±560 v.Chr.) en verzocht een audiëntie. Hij dook op voor de deur van Solon. Diogenes vertelt (Anarcharsis 3):
En Hermippus stelt dat hij [Anarcharsis] naar Solon's huis kwam en een van de bedienden beval om zijn meester te vertellen dat Anarcharsis was aangekomen om hem te bezoeken en dat hij hem graag wilde zien en, als dat mogelijk was, zijn gast zou worden. Maar toen de bediende de boodschap had gegeven, beval Solon hem te antwoorden: "Mannen beperken dergelijke relaties normaal gesproken tot hun eigen landgenoten." Als antwoord hierop betrad Anarcharsis het huisen zei tegen de bediende dat hij nu in Solon's was en dat het best consistent was als ze op deze manier met elkaar verbonden zouden worden. Hierop bewonderde Solon de bereidwilligheid van de man, liet hem toe en maakte hem een van zijn beste vrienden.
Solon kon je dus wel overtuigen...

Boekentip voor vandaag:
Diogenes Laërtius, Leven en leer van de beroemde filosofen


maandag 21 januari 2013

Kleine meisjes executeren vergt meer

Eén van mijn hobby's is om podcasts over de Oudheid te beluisteren tijdens het hardlopen. Vandaag had ik A History of Hannibal, aflevering 28 bij me, waar de spreker, Jamie Redfern, vertelde over de hier ook al aan bod gekomen strategie van Fabius Maximus en zijn aanstelling als dictator in de oorlog tegen Hannibal. Aan het einde kwam hij met een boekentip (zie onder).

Een tijdje geleden hadden een aantal podcasters een discussie on air over de vraag of Rome als beschaving overschat is Redfern antwoordde dit met ja. Het is niet zo dat Rome niet veel bijzonders heeft bereikt en de wereld veel nieuwe dingen heeft gegeven, maar er staat ook veel tegenover waar we niet blij mee hoeven te zijn. Zo hadden een aantal keizers er nogal een handje in om uit de gratie gevallen mensen als een baksteen te laten vallen. Zo weten we dat keizer Tiberius (42 v.Chr. - 37 n.Chr.) tijdens zijn regering veel macht gaf aan Lucius Aelius Seianus (20 v.Chr. - 31 n.Chr.), maar dat hij uit de gratie viel. Seianus moest dood en dat gebeurde ook.

Wat ook gebeurde, is iets wat voor ons als onnodig wreed in de oren klinkt: ook zijn kinderen werden geëxecuteerd. De Romeinse historicus Publius Cornelius Tacitus (56 - 117 n.Chr.) vertelt over het lot van Seianus' jonge dochter en welke praktische problemen er bij haar executie kwamen kijken (Annalen 5:9)
Vervolgens werd besloten de overgebleven kinderen van Seianus te straffen [doden], ook al was de woede van de bevolking gaan liggen en waren de mensen over het algemeen voldaan door de voorafgaande executies. Daarom werden ze naar de gevangenis gesleept, de jongen, die wist van zijn op hande zijnde teloorgang, en het kleine meisje dat zich zo niet bewust was dat ze steeds vroeg wat ze verkeerd gedaan had en waar ze heen werd gesleept, en ze zei dat ze het niet meer zou doen en dat een kinderlijke bestraffing voor haar voldoende zou zijn. Historici van die tijd zeggen ons dat, omdat er geen precedent bestond voor het uitvoeren van de doodstraf aan een maagd, ze door de beul was verkracht met een touw om haar nek. Vervolgens werden ze gewurgd en hun lichamen, slechts kinderen die ze waren, werden van de Gemoniae [een trap van de Capitolijnse heuvel naar het forum in Rome] gegooid.
In de beschrijving van Tacitus klinkt de afkeur duidelijk door. Gelukkig. Ik blader inmiddels al een aantal jaar in de werken van schrijvers uit de Oudheid en ik kan me niet herinneren dat ik met zoveel walging een historicsche tekst van 2000 jaar oud gelezen heb. Het zegt wel veel over de Romeinen en misschien ook over ons en waar mensen toe in staat zijn.

Boekentip voor vandaag:
Colin Wells, The Roman Empire
Tacitus, The Annals of Imperial Rome

zaterdag 19 januari 2013

Kan kun je alleen "helaas" zeggen

In mei vorig jaar besprak ik het Epos van Gilgamesh, één van de belangrijkste stukken literatuur uit de geschiedenis. Opmerkelijk was dat de koning, ook al was hij voor tweederde een god, niet zomaar zijn wil kon doordrammen tegen de wil van de elitelaag van de bevolking in. Vandaag blijkt dat er toch ontwikkelingen waren. De elite in de Mesopotamische stad Lagash begon zich bezig te houden met machtsmisbruik. Dat weten we omdat er een staatsgreep plaatsvond van iemand die zich tegen het machtsmisbruik keerde op een manier die aan de Rechten van de Mens doet denken.

De man die de macht overnam, dat was Uruinimgina (of Urukagina) (24e eeuw v.Chr.). Hij is bekend geworden als de eerste sociale hervormer, want hij vaardigde wetten uit die wat zouden moeten doen tegen de misstanden. Uruinimgina vertelt in zijn wettekst eerst dat er al een hele tijd, vanaf de tijd die we ons al niet meer kunnen herrinneren, scheve machtsverhoudingen waren. Het kon het voorkomen dat vissers van hun vangst werden beroofd, of zoals Uruinimgina verklaart (zij boekentip, online niet vindbaar):
Wanneer een arme man een fuik zette, nam men gewoonlijk de vis erin af; die man kon (dan alleen maar) "helaas" zeggen.
Hoe los je dit soort ellende op, moet de koning gedacht hebben. In zijn grote wijsheid liet hij optekenen:
Wanneer een arme man een fuik heeft gezet, zal niemand de vis erin afnemen.
Soms is het niet moeilijk. Het belang van deze wettekst zit hem dan ook niet zozeer in de maatregelen, maar in de insteek van de hele onderneming. We hebben bij Hammurabi dat er maatregelen genomen worden tegen mensen die de samenleving in de problemen brengen. Uruinimgina lijkt meer te zijn opgekomen voor de kleine man, iets dat je ruim 4000 jaar geleden niet verwacht.

Boekentip voor vandaag: 
K.R. Veenhof, Schrijvend Verleden