Tot 40% extra korting op winters assortiment!

zaterdag 31 maart 2012

Zwemspullen meebrengen

Ik ben jarig vandaag!


Vlakbij Vindolanda in Schotland, was Claudia Severa, de vrouw van een legercommandant daar, ook jarig en wel op 11 september. Zij stuurde haar vriendin of zus Lepidina deze brief op één van de Vindolandatabletten die nu in het British Museum te bezichtigen zijn (Vindolandatabletten, 291):




Ik kan het zelf niet lezen, maar volgens de kenners staat er (vrij vertaald):
Claudia Severa groet haar Lepidina. Ik nodig je van harte uit om op 11 september naar ons toe te komen voor de viering van mijn verjaardag, zuster, om de dag nog leuker te maken door hier te komen, als je er bent. Doe van mij de groeten aan jouw Cerialis. Mijn Aelius en mijn kleine zoon sturen hem hun groeten. Ik verwacht je, zuster. Vaarwel, zuster, mijn dierbare, ik hoop dat het goed gaat en groet. Aan Sulpicia Lepidina, vrouw van Cerialis, van Severa.
Dat moest echt een feest zijn geworden!

donderdag 29 maart 2012

Creatief met kolen

In de Oudheid was het vrij gebruikelijk dat iemand die ter door veroordeeld, gedwongen werd zelfmoord te plegen. Een bekend voorbeeld is dat van de Griekse wijsgeer Socrates die ons niet alleen zijn gedachten heeft gegeven, maar ook de uitdrukking "de gifbeker helemaal leegdrinken". Soms was de zelfmoord min of meer vrijwillig, zoals bij Cleopatra die volgens de bronnen een gifslang in haar vertrek had laten smokkelen toen ze gevangen werd gehouden. Sommigen kozen voor het zwaard, maar het kan allemaal nog veel creatiever, zoals Marcus Velleius Paterculus (±19 v.Chr - na 31 n.Chr.) aangeeft wanneer hij het over Servilia, de vrouw van Lepidus de Jongere (overleden in 30 n.Chr), heeft. Die bedacht een hele bijzondere manier (Romeinse Geschiedenis II.88:3):
Servilia, Lepidus' vrouw, mag op één lijn worden gesteld met de eerder genoemde vrouw van Antistius [die zichzelf doodstak]: door gloeiende kooltjes in te slikken bereidde zij zichzelf een voortijdige dood, die tegelijkertijd de herinnering aan haar naam onsterfelijk maakte.
Ja, dat is nu bij uitstek zo'n stukje dat 2000 jaar later in een blog terecht komt.

dinsdag 27 maart 2012

Brandweer? Veel te gevaarlijk!

Bij geschiedwerken denkt iedereen intuïtief aan de boeken over veldslagen en biografieën van keizers en generaals. Wat echter zeker zoveel zegt over wat er in een oude tijd gebeurde, is de small talk. Vaak komt die in de vorm van achteloze opmerkingen in de Grote Verhalen tot ons, maar soms zijn er hele gewone stukjes communicatie overgebleven waar we heel veel informatie uit halen.

Om erachter te komen hoe het gigantische Romeinse rijk werd bestuurd, is het fantastisch dat onder keizer Trajanus (53 - 117 n.Chr.) een gouverneur werd ingesteld over de provincie Bithynia in Noord-Turkije. Deze man, Gaius Plinius Caecilius Secundus, beter bekend als Plinius de Jongere (62 - ±113 n.Chr.) heeft verschillende malen advies geprobeerd in te winnen bij de keizer waar hij voor beslissingen stond. Dat deed hij via briefwisselingen met Rome. Een aantal van deze brieven is, samen met het antwoord van de keizer overgeleverd, waaronder eentje over brandbestrijding in de stad Nicomedia (Brieven 10:33 (3e brief)): 
Een verwoestende brand brak uit in Nicomedia en verwoestte een aantal privé-huizen en twee openbare gebouwen -- het hofje en de tempel van Isis -- hoewel er een weg tussen lag. Het vuur werd toegestaan verder te verspreiden dan nodig was, allereerst door de sterke wind en daarnaast door de luiheid van de burgers waarvan algemeen wordt aangenomen dat zij daar stonden en geen actie ondernomen, terwijl ze de grote uitslaande brand aanschouwden. Daarnaast was er geen enkele openbare brandweervoorziening en geen emmer aanwezig en geen enkel apparaat voor het beheersen van het vuur. Deze zullen echter worden verstrekt bij bestellingen die ik al heb gegeven. Maar, Sire, ik zou graag willen dat u bekijkt of u vindt dat er een brandweer van ongeveer 150 mannen moet worden gevormd. Ik zal ervoor zorgen dat niemand die geen echte brandweerman is, toegelaten zal worden en dat het gilde de regels die ze krijgen niet zullen misbruiken. Er zal nogmaals geen probleem zijn om zo'n klein groepje in de gaten te houden.
"Meneer, er zijn hier branden. Mag ik een brandweer opzetten?" Tussen de regels door valt op te maken dat Plinius wel inziet dat de keizer problemen verwacht. Het antwoord van Trajanus is dan ook duidelijk (volgende brief):
Je hebt het idee gevormd van een mogelijke brandweerorganisatie in Nicomedia naar het model van verschillende anderen die al bestaan. Maar vergeet niet dat de provincie Bithynia en dan met name stadstaten als Nicomedia, een prooi zijn van facties. Hoe je ze ook noemt en hoe goed de redenen voor organisaties ook zijn, ze zullen spoedig degenereren in gevaarlijke geheime genootschappen. Het is slimmer om ervoor te zorgen dat er apparatuur is en om eigenaren te stimuleren om ze te gebruiken en, als het nodig is zet de menigte, die de zelfde dienst gebruikt, ertoe aan.
Brandweer? Te gevaarlijk!

zondag 25 maart 2012

"Jullie zijn beter dan wij"

Koning Darius II van Perzië had twee zoons: Artaxerxes en Cyrus de Jongere die na de dood van de koning in een strijd om het koningschap verwikkeld raakten. Artaxerxes werd na Darius' dood koning gekroond en Cyrus werd in Turkije gelegerd als gouverneur. Cyrus ging hier echter niet akkoord en rukte op naar Mesopotamië (het huidige Irak) waar hij zijn broer van de troon wilde stoten. 


Om met een zo groot mogelijk leger op te kunnen draven, maakte Cyrus gebruik van een beproefde recruteringsmethode in de Oudheid: hij nam huurlingen in dienst. Huurlingen waren mensen die zich voor het geld en/of het avontuur lieten inhuren door generaals en andere lieden die soldaten nodig hadden om vervolgens een oorlog te voeren waar ze misschien niets mee te maken hadden. 


De huurlingen die Cyrus in dienst nam, waren Grieken. Dit trotse volk had altijd al een hoge pet van zichzelf en dat was hier ook niet anders. Temidden van het huurlingenleger bevond zich een jonge leerling van Socrates, Xenophon (±430 - 355 v.Chr.) die kennelijk ook belust was op geld en avontuur, maar die vooral bekend werd omdat hij de onderneming optekende in zijn Anabasis, één van de bekendste werken uit de Griekse Oudheid.


Toen Cyrus en zijn Perzisch-Griekse coalitie vlakbij het huidige Baghdad was, kregen zij door dat Artaxerxes een leger van ruim een miljoen soldaten (jaaaaja) op de been had weten te brengen toen hij net op tijd op de hoogte was van de invasieplannen van zijn broertje. Aan de vooravond van de aanstaande Slag bij Cunaxa (401 v.Chr.) riep Cyrus zijn onderbevelhebbers bij zich om de tactiek te bespreken en hen moed in te spreken (Anabasis I.7:3-4):
'Mannen van Griekenland, het is niet uit gebrek aan barbaren dat ik jullie als bondgenoten meeneem, maar omdat ik jullie veel moediger en veel doelmatiger houd dan massa's barbaren; dát is de reden waarom ik jullie aan mijn leger heb toegevoegd. Toont dat jullie de vrijheid die jullie bezitten en waarmee ik jullie gelukwens, waard zijn. [...] Jullie zullen voor een ontelbare massa vijanden staan en die zullen onder geweldig geschreeuw aanstormen. Zo jullie daartegen bestand blijken, moet ik me voor de rest schamen bij de gedachte dat jullie zullen ondervinden wat voor slag van mensen mijn landgenoten zijn.'
Je zou bijna medelijden gaan voelen voor die arme Perzen. Als hun potentiële koning (Cyrus stierf tijdens de volgende slag, dus uiteindelijk werd dat niks) al zo over zijn volk denk... Of zou het zijn dat Xenophon deze toespraak zelf bedacht heeft?

vrijdag 23 maart 2012

Crassus was boos

In de Romeinse tijd was er geen scheiding tussen de verschillende soorten van macht. Het idee van de trias politica (scheiding van de wetgevende (parlement), uitvoerende (kabinet) en rechtelijke macht (rechtbank)) is van ver ná de Romeinse tijd. Naast dit takenpakket hadden leidende figuren vaak ook religieuze posities en dienden zij bovendien als bevelhebbers in het leger.


Marcus Licinius Crassus (115 - 53 v.Chr.), de eerdergenoemde fat cat van Rome, was naast vooraanstaand politicus en zakenman ook een generaal in het leger. Toen de bekende opstand van Spartacus uitbrak, werd Crassus naar Campanië gestuurd met als opdracht om in te grijpen. Hij stuurde een onderbevelhebber met een leger om de slaven en gladiatoren te bevechten, maar deze werden verslagen. In zijn biografie van Crassus schrijft Plutarchus (±46 - minstens 120 n.Chr) hoe ontevreden de generaal was met het feit dat een groot deel van het leger de wapens afwierp (waardoor Spartacus meer mensen kon bewapenen) en wegrende van het slagveld (Crassus 10.2-3):
Crassus gaf Mummius [de onderbevelhebber] zelf een zeer harde ontvangst na dit voorval. Hij bewapende zijn soldaten opnieuw en liet hen garanties geven dat ze in de toekomst hun wapens in bezit zouden houden. Vervolgens nam hij er 500 van hen die als eersten waren gevlucht en die zichzelf als de grootste lafaards hadden getoond. Hij verdeelde hen in vijftig groepen van tien man en bracht van iedere groep één man ter dood, door het lot bepaald.
Dit gebruik van decimatio waar ons woord decimeren vandaan komt, was in de Romeinse tijd al heel uitzonderlijk en werd als verschrikkelijke belediging ervaren, maar als Crassus één ding duidelijk maakte, dan was dat dat hij geen lafheid tolereerde. Uiteindelijk werd Spartacus verslagen.

woensdag 21 maart 2012

Munten en burgerrechten

Onderzoek naar gebeurtenissen in de Oudheid leveren vaak interessante discussies op omdat in veel gevallen de bronnen onduidelijk zijn of elkaar tegenspreken. Een voorbeeld daarvan is de kwestie van de Romeinse Bondgenotenoorlog (91 - 88 v.Chr.) waar ik op ben afgestudeerd (graag een reactie als de link niet werkt). Tijdens de Bondgenotenoorlog kwam een aantal volkeren uit midden-Italië in opstand tegen de Romeinen en op Wikipedia staat dat dit was omdat ze Romeins burgerrecht wilden. Alsof er geen discussie over is.

Op onderstaande munt is een duidelijke aanwijzing voor en heel ander doel van de oorlog te zien. Wellicht was het doel namelijk niet het verwerven van politieke rechten binnen de Romeinse wereld, maar het omverwerpen van de Romeinse wereld. 
Deze munt is geslagen door de vijanden van de Romeinen in die periode. Op de voorzijde van de munt staat in het Oskisch (een taal die van rechts naar links gelezen wordt en letters kent die op ons schrift lijken) de naam van één van de legeraanvoerders van de opstandelingen, Mutilu (Mutilus) en een titel Emratur (zegevierende generaal, verwant met het Latijnse Imperator en het Engelse Emperor). De afbeelding op de keerzijde (achterkant) van de munt laat aan duidelijkheid niets te wensen over. Onderaan staat de rest van de naam van de generaal en op de afbeelding is te zien dat een duidelijk seksueel opgewonden stier een wolf vertrapt.


In een tijd waarin massamedia nog niet bestonden, waren munten voor machthebbers vaak de beste manier om snel een duidelijke boodschap over te dragen. Mutilus liet duidelijk weten wat zijn intenties waren. De wolf, het symbool van de Romeinen, werd vertrapt door een stier die zichtbaar bijzonder mannelijk was. Zie pagina 34-36 van mijn scriptie over waar de stier voor stond. Hoe dan ook is het boeiend te zien hoe een boodschap als deze op een muntje van hooguit enkele centimeters is gezet. Je vraagt je wel af of een scène als deze zal hebben bijgedragen aan de uiteindelijke beslissing van de Romeinen om na de oorlog de vijand burgerrechten te geven.

maandag 19 maart 2012

De kleren van de keizer

Gaius Octavius is de man die het Romeinse staatsbestel helemaal omgooide van een Republiek naar het Principaat (een soort soft keizerschap waar de keizer naar buiten toe deed alsof hij een soort eerste onder de gelijken was. princeps betekent "eerste" en is daarmee een soort premier naar buiten toe. Onder Diocletianus begon het Dominaat, waar de keizer dominus (heerser) was.). Hij werd bekend als Augustus (63 v.Chr. - 14 n.Chr.), de eerste keizer van Rome.


Deze Grote Hervormer heeft dus politiek nogal wat voor elkaar gekregen. Het gaat te ver om nu in te gaan op de interessante manier waarop hij dat deed. Daar zal later vast meer ruimte voor zijn. In één ding was Augustus heel erg conservatief en dat is in uiterlijke schijn. De macht die hij had, die werd netjes in een republikeins jasje gegoten en over jasjes gesproken, Augustus had zo ook zijn opvattingen over de nieuwe trends in de modewereld. Suetonius (69/70 - 140 n.Chr.), de bekende biograaf van de keizers, schrijft (Augustus 40:5):
Zelfs streefde hij ernaar de traditionele Romeinse kleding in ere te herstellen en eens bracht hij tijdens een volksvergadering de aanblik van de menigte in donkere mantels hem tot de verontwaardigde uitroep: 'Zie daar "de Romeinen, de meesters van de wereld, het volk gehuld in de toga"!' [hij citeert hier de oorsprongsmythe van de Romeinen, Aeneis door Vergillius, die iedereen wel kende] Aan de aediles [belangrijke locale politieke leiders] gaf hij de opdracht vanaf die dag niemand meer toe te staan zich op of bij het Forum op te houden, als hij geen toga droeg en zijn mantel had afgelegd.
Mantels zijn zó vorige zomer. De toga is weer helemaal in!